Kastelen
Eerste tekenen van leven
Ongetwijfeld zijn er in Terkoest, gelegen in het vochtig-Haspengouw, sinds meer dan 1000 jaar, al of niet doortrekkende bewoners geweest.
Er is sprake van een Romeinse vesting in de omstreek van Hulzen en Lindestraat.
De eerste officiële bewijzen van vereniging werden gevonden aan de O.L.Vrouwstraat, even verder dan het kasteel van Leva aan de linkerkant richting Stevoort.
Bij bombardementen in 1944 werden hier restanten gevonden van een oude mot.
Dit was een versterkte en soms omwalde toren/burcht waar mensen zich terugtrokken in tijden van onlusten. Er was ook een omgrachting.
De gevonden restanten verwijzen naar de periode 12 tot 16de eeuw.
In de fundamenten werden echter ook resten gevonden, o.a. gepolijste stenen, die kunnen wijzen op een veel vroegere bewoning.
Onze oudste gekende inwoner
In 1314 woonde Joannes Bleckenberg op een domein, een hoeve met 11 bunders grond, die hij als adellijk leen beheerde voor de graaf van Loon. Hij had gerechtelijke en bestuurlijke bevoegdheden gaf zijn naam ook aan de latere Blekkenbergstraat.
Het gehucht Terkoest
In de periode 1364-1366 werd door een successieoorlog het graafschap Loon ingelijfd door het prinsbisdom Luik.
Alken werd opgesplitst in 4 gewestelijke besturen waarvan het gehucht Ter Linden ongeveer de oppervlakte had van het huidige Terkoest.
Elk bestuur had zijn burgemeester en 4 schepenen die jaarlijks verkozen werden.
Later werd deze naam veranderd naar “Tercoost” en Terkoest naar de centraal gelegen Kozenbeek.
Vanaf de 17de eeuw woonden in Terkoest:
- Grootgrondbezitters
- Personeel in vast dienstverband die kost en inwoon kregen
- Dagloners die seizoensgebonden arbeid verrichten en in de winter met ambachtelijke hulp en huisarbeid bezig waren.
FERRARISKAART 1771-1780
Ons land was onder Oosterijks bewind.
Generaal Joseph-Jean-François graaf de Ferraris (1726-1814) kreeg opdracht om de Oostenrijkse Nederlanden in kaart te brengen.
Goed zichtbaar de 2 kastelen Claes-d'Erckenteel en Leva met de bijhorende personeelswoningen.
De Lindestraat was toen de verbindingsweg van Alken-centrum naar Stevoort.
De Nieuwmolen en het Zeegershof zijn ook terug te vinden.
Kastelengehucht
Terkoest is 3 kastelen rijk.
kasteel Claes-d’Erckenteel
Dit is belangrijkste kasteel
Oorspronkelijk was het een jachthuis in de 18de eeuw.
In 1739 werd het kasteel gebouwd en later, in verschillende fases, werden er vleugels bijgebouwd.
Eén van de bewoners, Adrien d’Erckenteel was de eerste burgemeester van Alken na de onafhankelijkheid van België van 1830 tot 1840.
De familie Claes-d’Erckenteel heeft het kasteel bewoond tot 1952 waarna het verkocht werd aan de zusters Augustinessen die er ook een rustoord van maakten.
Het Saarenhof – kasteel van Leva
Het vroegere kasteel uit de 18de eeuw behoorde toe aan de adellijke familie Saren.
Bij het kinderloos overlijden kwam door erfenis het kasteel in 1815 in handen van de familie de Grady- de Groenendael.
Door de slechte indeling en staat van het kasteel werd het in 1857 verkocht aan van Ham Leo, een telg uit een notarisfamilie.
Zijn dochter Leona van Ham erfde het kasteel en huwde met Joseph Leva.
Joseph was groothandelaar in runderen en kon de omliggende gronden goed gebruiken. Hij was ook oprichter van duivenmaatschappij “de Sperwer”.
De Geuzentempel – kasteel van Hechtermans
De bouwwerken van dit kasteel, gelegen aan de steenweg, werden in 1847 begonnen door de heer Adrien d’Erckenteel.
Oorspronkelijk was het maar een zomerverblijf dat in de winter leegstond.
Het kwam redelijk vlug in het bezit van de familie Helchtermans – van 1873 tot 1972- die de toren aan de linkerkant bijbouwde.
De familie Hechtermans, toch wel redelijk bekend in Alken, waren niet zo gelukkig toen bij de stichting van de parochie Terkoest hun kasteel ineens niet meer onder Alken-centrum ressorteerde . Ze lieten dit ook openlijk aan de geestelijke overheid blijken.
De naam Geuzentempel zou ontstaan zijn omdat één van de eerste bewoners was een felle tegenstander van de katholieke zaak en werd daarom voor geus verweten.
De Zwarte Winning
Dit gebouw uit 1769 was oorspronkelijk een klein Augustinessenklooster met gastenverblijf, woonhuis, bakhuis en stallingen.
Rond 1796, tijdens het Franse schrikbewind, werd het klooster in beslag genomen en verkocht.
Door deze manier van handelen sprak men van “zwart goed”.
Vandaar de latere naam Zwarte Winning.
Zeegershof
Gebouwd in 1727 was dit de zomerwoning van de Hasseltse burgemeester H.J. Zeegers. Begin 19de eeuw werd het oorspronkelijk gebouw afgebroken en de vrijgekomen materialen werden gebruikt om het huidige herenhuis/boerderij te bouwen. Een oorspronkelijke omgrachting verdween in de loop van de jaren.








